Portretfoto van Haroon Ali waarin hij oogcontact maakt met de toeschouwer, met een vriendelijke doch neutrale gezichtsuitdrukking, gekleed in een blauw overhemd tegen een zandkleurige achtergrond
Wouter le Duc

Haroon Ali over zijn nieuwe boek Spectrum: “We kunnen elkaar vinden in de strijd tegen rigide normen.” 

Op 23 november verscheen het tweede boek van Haroon Ali: Spectrum. Hiervoor interviewde Haroon tientallen queer activisten, opiniemakers en rolmodellen. In zijn nieuwe boek onderzoekt hij wat deze mensen bindt en waarin ze van elkaar verschillen. Dat levert een hedendaags en actueel beeld op van de regenbooggemeenschap in de 21e eeuw. 

Haroon kennen wij natuurlijk als journalist, columnist en schrijver. Hij groeide op in een Pakistaans-Nederlands, islamitisch gezin. Samen met goede vriendin Yora Rienstra maakte hij drie seizoenen van de podcast Opgewonden, over seksualiteit. Ook heeft Ali een documentaire gemaakt, genaamd ‘Het M-woord’ over homoseksualiteit binnen de islam. Zijn eerste boek, Half, over zijn zoektocht met botsende identiteiten, verscheen in oktober 2020. En nu is daar dus zijn tweede boek bijgekomen. 

Ik ontmoet Haroon een kleine week voor de lancering van Spectrum. We spreken af bij een café in hartje Amsterdam. Van buiten ziet het er heel hip uit; roze banken, studentikoos terras. Eenmaal binnen heeft de sfeer meer iets weg van een oud bruin café. Meteen rechts van mij zitten twee Amsterdammers (die aanname maak ik op basis van hun accent) hun plannen voor de dag door te nemen. Terwijl ik de ruimte afspoor naar Haroon, komt hun hond voorzichtig een aaitje halen. Ik heb spontaan geen zin meer in cappuccino met havermelk. Dus bestel ik een gemberthee en loop naar de achterkant van het café. Daar tref ik Haroon, met reeds een kop groene thee in de aanslag. 

Hoe was het voor jou om dit boek te maken? 

“Mijn eerste boek ging heel erg over mijn eigen zoektocht naar identiteit. Voor dat boek ben ik op een twee maanden durende reis naar Pakistan gegaan. Met mijn nieuwe boek wilde ik zoveel mogelijk verschillende stemmen uit de regenbooggemeenschap aan het woord laten. Eerder verscheen de interviewreeks Alfabetsoep in de Volkskrant. Inclusief prachtige portretten van fotograaf Harmen Meinsma. Toen ontstond al gauw het idee om een boek over de gemeenschap te schrijven. In aanvulling op die interviews heb ik tien nieuwe, langere hoofdstukken geschreven over bredere thema’s. Dat is het boek geworden wat er nu ligt. Het was vanaf het begin mijn idee om zoveel mogelijk letters, labels en identiteiten aan bod te laten komen. Het delen van hun persoonlijke verhalen was mijn doel.” 

Je noemt het een reis zonder begin of einde. Wat maakte dat je deze reis aan wilde gaan?

“Als je het boek wat ik nu geschreven heb tien jaar geleden had gemaakt, was het een heel ander boek geweest. En als je over tien jaar een boek zou maken over de gemeenschap is het ook weer een heel ander boek. De regenbooggemeenschap is constant in beweging. Zelf labelde ik mij altijd als ‘homo’ of ‘gay’, tegenwoordig zeg ik iets vaker ‘queer’. Ik ben heel benieuwd hoe we hier over twintig jaar na kijken. Voor mijn gevoel hebben we het dus altijd over een momentopname. En ik ben dit jaar veertig geworden, dus voelde het als een goed moment om te vangen wat ik over de gemeenschap weet.” 

In je inleiding heb je een disclaimer geplaatst, waarin je de lezer vraagt vooral niet te veel te focussen op details en als community het grotere plaatje te blijven zien. Wat was de reden daarvoor?  

“Zo’n boek als dit is heel lastig, want ik wil de hele community recht doen. Ik ben me bewust van mijn persoonlijke kijk op de wereld en hoe die gevormd is, en van mijn privileges. Die kleuren natuurlijk ook hoe ik zo’n boek schrijf, welke onderwerpen ik aankaart en welke mensen ik aan het woord laat. Ik wilde benoemen dat ik me daar bewust van ben. Dit is ook maar een kijk op de community. Daar zal niet iedereen het mee eens zijn.” 

“Wat ik vaak zie bij LHBTQIA+-bijeenkomsten en discussies (zoveel offline als online) is dat het vaak gaat over net een onhandige formulering, of dat iemand iets verkeerd heeft gezegd. Daarin kunnen we binnen de community zeer hard voor elkaar zijn. Soms heb ik ook het idee dat mensen dit doen om zichzelf te profileren. Ik vind dat best vermoeiend. En het leidt af van het grotere doel, namelijk dat we als community moeten opkomen tegen oprukkende haat en groeiende intolerantie. Mijn oproep is dus: blijf dat grotere plaatje zien. Blijf je beseffen dat de veelvuldigheid aan stemmen in de regenbooggemeenschap eigenlijk hetzelfde zeggen, namelijk: laat ons zijn wie we zijn.” 

Was het lastig om jezelf aan die disclaimer te houden?

“Nee. Juist nu ik wat ouder word ben ik mij steeds meer bewust van mijn tekortkomingen. Toen ik in de twintig was, en beginnend journalist, was ik feller en uitgesprokener. Ik schopte bewust tegen schenen aan. Ik probeer me nu bewust te zijn van mijn eigen blinde vlekken. Ik zie hoeveel kracht er schuilt in het benoemen van dingen die je niet weet. Of dingen waar je van kan leren. Ik zou het heel mooi vinden als ook andere auteurs en activisten daarover bij zichzelf te raden zouden gaan.”

Het is een boek over queers, door een queer persoon. Voor wie heb je het geschreven?

“Allereerst natuurlijk voor de community zelf. Ik hoop dat iedereen uit de queer community die dit leest zichzelf herkent. Dat zou ik heel fijn vinden, ook omdat veel mensen zijn opgegroeid zonder rolmodellen.”

“Daarnaast heb ik het ook wel voor een breder publiek willen schrijven. Dingen die voor de massa niet echt bekend zijn, probeer ik toch een klein beetje uit te leggen, in de hoop dat de meerderheid er iets van opsteekt. Dat bijvoorbeeld een ouder met een queer kind, of een kind met een queer ouder, dat boek kan geven aan ‘de hetero’ onder de noemer van educate yourself. En dat er een gesprek over ontstaat. Dat we als samenleving doorpraten over dit soort thema’s en gevoeligheden.” 

In je boek gebruik je bij iedereen de juiste voornaamwoorden. Heeft dat nog voor frictie gezorgd bij je uitgever?

“Nee, die ging gelukkig heel erg mee in de terminologie zoals ik die in het boek gebruik. Er is ook veel discussie over hoe je de letterreeks LHBTQIA+ opschrijft. Ik heb voor een bepaalde vorm gekozen, en ik leg uit waarom ik dat doe. Ook dat was geen probleem. Ik heb ook wel het idee dat de mensen bij Bezige Bij er wat van hebben opgestoken.”

“Naast schrijver ben ik freelance journalist voor verschillende media. En ik merk wel dat sommige media moeite hebben met het gebruik van de juiste voornaamwoorden. Vooral omdat bepaalde dingen taaltechnisch misschien niet heel logisch klinken. Maar ik wil de aanspreekvormen gebruiken zoals de persoon die je interviewt dat graag zelf wil. En daar is altijd wel een manier voor te vinden. Wanneer je de tijd neemt het de lezer uit te leggen, snapt die het vaak ook wel. Het is een minder groot ding dan mensen er vaak van maken.”

Zoals je zelf aangeeft, beschik je nu over een bepaalde leeftijd en ervaring. Heb jij eigenlijk nog iets nieuws geleerd over de community door dit boek te maken? 

Ja, heel veel. Er zijn bepaalde groepen waar ik mij minder goed in kan verplaatsen. Bijvoorbeeld hoe het is om queer te zijn met een beperking. Hoe zich dat uit in het alledaagse leven, en in je seksualiteit. Daar ben ik dieper op ingegaan, en heb ik zelf heel veel van opgestoken. Die mensen worden in de pop/beeldcultuur vaak een beetje seksloos gemaakt. Dus ik vond het heel leuk om die mensen te spreken over hun seksualiteit.” 

“Verder kan ik ook echt genieten van hoe er nu een compleet nieuwe generatie opstaat. Ik geniet van hun taalgebruik. Ik geniet van hun relaxte instelling op het gebied van werk en carrière, je grenzen aangeven. Van hoe zij geestelijke gezondheid beschermen. Jongeren van nu zijn zoveel meer fluïde, zowel in hun seksualiteit als in hun genderidentiteit. Die hebben veel minder de behoefte om zichzelf vast te pinnen. Door met hen in gesprek te gaan, leerde ik ook dat mezelf als homoseksueel labelen veel keuzevrijheid wegneemt. Want wie weet wil ik nog wel een keer met een vrouw naar bed, als de chemie juist is. Moet ik mezelf dat dan ontzeggen omdat ik mezelf ‘homo’ of ‘gay’ heb genoemd? Ik vind dat dus heel leuk van de jongere generatie. Die maakt daar veel minder een punt van.”

Je quote ook een scène uit de serie tales of the city waarin dit speelt. De verworvenheid van de witte homo’s die chique diners houden en veel hebben meegemaakt aan de ene kant van de tafel, en een zelfverzekerde zwarte queer man van een nieuwe generatie aan de andere. Wat zou jij beide generaties aanbevelen om te doen?

“Heb oog voor wat de ene generatie bereikt of heeft bereikt. We hebben echt heel veel te danken aan de oudere generatie. Dankzij hen hebben we de wetten die we nu hebben, kan ik mezelf zijn en mijn seksualiteit in vrijheid beleven. Zonder gezondheidszorgen, dankzij de komst van PrEP (middel dat hiv-infectie kan voorkomen, red.) en de medische zorg die na de aids-crisis is ontstaan. Daar ben ik ze heel dankbaar voor. Dus dat moeten we blijven onthouden. Respect your elders. Tegelijkertijd laat die jongere generatie ons de wereld weer opnieuw verbeelden. Een wereld die veel diverser is en veel meer stemmen en kleuren laat zien. Wanneer zij nieuwe thema’s agenderen, dan moeten we dat ook serieus nemen. Generaties moeten met elkaar in contact blijven in plaats van zich terugtrekken in ieders eigen bubbeltje. Ik probeer daar in mijn werk een beetje bruggen tussen te slaan.” 

Een van de issues die je aankaart in je boek is het feit dat homomannen nog steeds het meest zichtbaar zijn. Zonder zichtbaarheid van andere groepen in de LHBTQIA+-gemeenschap, geen acceptatie. Hoe zou je dat willen oplossen?

“Als homoman val je buiten de norm, maar je bent nog steeds een cisgender man. En helemaal als je ook nog eens ‘vrij mannelijk’ overkomt. Dan geniet je toch vrij veel maatschappelijke privileges. Daardoor zijn er in het bedrijfsleven, maar ook in het activisme, vrij veel witte homomannen met privileges die hoog op de ladder stonden en staan. Zij hebben dus ook veel kunnen bereiken voor de community, waaronder acceptatie op de werkvloer en het doorbreken van gay culture in de mainstream. Ik denk dat zij dat heel goed voor elkaar hebben gekregen. Alleen zie je nu dat er heel veel andere groepen opstaan, die niet aan dat plaatje voldoen en die ook zeggenschap willen. Dan moet je dus macht delen en dat is denk ik waar het soms een beetje spaak kan lopen.”

Het loslaten van de hokjes in activisme en verzet lijkt steeds prominenter te gebeuren. Denk aan het intersectionele karakter van maatschappelijke thema’s. Kun je eigenlijk wel spreken van één gemeenschap? Of zijn we subgroepen die toevallig allemaal niet heteronormatief zijn?

“Door dit boek te maken denk ik wel steeds minder in termen van één gemeenschap. Juist door intersectionaliteit worden er naast gender en seksualiteit steeds meer thema’s bij betrokken. Denk aan etnische afkomst, culturele wortels, sociale klasse, opleidingsniveau, rijk of arm. Dat zijn allemaal factoren die met elkaar te maken hebben. Maar dat creëert ook minder een soort van gemene deler.”

“Ik denk dat we elkaar kunnen vinden in de strijd tegen hele rigide normen. Je ziet nu dat traditioneel gedachtegoed over wat het is om een man te zijn, of een vrouw, sterk in opkomst is dankzij extreemrechts. Ik denk dat wat al de LHBTQIA+-personen ondanks al hun onderlinge verschillen bindt, is dat we ons daartegen verzetten. Onze weerstand tegen de heersende norm zal onze gemeenschappelijke factor blijven.” 

Je hebt ook over coming-out en coming-in. Wat kunnen mensen uit de meerderheid doen om het proces van jezelf worden in deze wereld waar queers doorheen gaan te ondersteunen? 

“Ik vind het altijd zo wonderlijk als ouders kinderen op de wereld zetten en willen dat die kinderen kopieën worden van wie zij zijn. Ik heb dat nooit zo goed begrepen. Ik vind het heel gek dat je een mensenleven creëert dat volledig uniek is en vervolgens dat kind dwingt alles te doen zoals jij dat doet. Of het kind dwingt om op jouw manier naar de wereld te kijken. Dat heb ik met mijn eigen vader meegemaakt: die had graag gewild dat ik wat meer in de pas zou lopen. Mijn advies voor ouders met een queer kind? Luisteren. Vragen stellen: ‘Wat betekent dat voor jou?’ ‘Wat voel je?’ ‘Wat gaat er in je om?’ ‘Hoe kan ik jouw veiligheid vergroten?’ en ‘Hoe kan ik jou ondersteunen op een manier zodat jij jouw identiteit kan verkennen?’.”

“Dat zal met een kind van 11 een ander gesprek zijn dan met een kind van 18. Een coming-out is zelden één moment. Het is een on-going proces. En tijdens dat proces kunnen er dingen veranderen. Een kind kan eerst uit de kast komen met ‘Ik ben lesbisch’ en vervolgens jaren later toch tot de conclusie komen dat die non-binair is. Of trans. Dat zijn allemaal stappen in een veel langer gesprek waar je niet met een praatje uit bent.” 

Denk jij dat we ooit loskomen van de norm? Dat we ons niet meer tot heteronormativiteit hoeven te verhouden? En dus ook nooit meer uit de kast hoeven komen?

“Nee, ik denk niet dat we daar ooit van loskomen. Ik denk dat de realiteit blijft dat het overgrote deel van de mensheid heteroseksueel en cis-gender is. Er zijn onderzoeken waarin je ziet dat iedere generatie een steeds groter aandeel LHBTQIA+’ers kent. De grap was toen dat het aandeel queers elke generatie verdubbeld totdat iedereen queer is. Hoe graag ik het zelf ook zou willen, ik verwacht niet dat dat gaat gebeuren. LHBTQIA+-personen zullen altijd een minderheid zijn en zullen zich altijd aan de norm van de massa moeten houden. Helemaal wanneer die massa in toenemende mate die norm gaat verdedigen.”

“Dat gaat historisch ook altijd in golven; vrijere golven en onderdrukte golven. Dan scheelt het ook nog in welk deel van de wereld je woont. Die strijd, verwacht ik, zal blijven. Toch is er ook vooruitgang. Waar het gesprek eerst voornamelijk over seksualiteit ging, gaat het nu ook over gender. Bewustwording daarover kan cisgender mannen en vrouwen ook helpen. ‘Hoe kijk ik aan tegen mijn eigen gender?’ We hoeven niet allemaal queer, non-binair of transgender te worden. Je mag jezelf nog steeds hetero en cisgender noemen. Maar het wordt ook voor jezelf leuker als je wat minder vastzit aan al die maatschappelijke verwachtingen die op mannen en vrouwen worden geplakt. Als queer community jagen wij dat gesprek aan. En dat vind ik positief.”

Je schrijft ook dat je wel eens moedeloos wordt in wat je tegenkomt aan ongelijkheid en onrecht. Heb je advies voor jonge queers die nu activistisch worden of zijn?

“Ja, dat is een lastige. Ik ben ook zo’n ouwe lul…”

Haha!

“… dat ik me nog een tijd voor social media kan herinneren. Je keek ’s avonds misschien met je ouders het achtuurjournaal, en voor de rest van de dag leefde je in complete blissful oblivion over wat er in de wereld gebeurde.”

“Ik worstel er ook mee als journalist, want je bent toch geneigd om over dingen te schrijven die niet goed gaan. Als je daar de hele dag mee bezig bent, dan zie je ook alleen maar de slechte dingen. Ik word snel moedeloos van de staat van de wereld. Als ik naar de mensheid kijk denk ik wel: we’re doomed. Wat ik als journalist nota bene probeer is dus toch een beetje doseren. Even de telefoon wegleggen, niet op socials te gaan. Social media waren vroeger vooral leuke afleiding met hondenfilmpjes en stomme grapjes. Je ziet nu dat sociale media steeds meer gebruikt worden als activistische tool. Wat heel fijn is, want het is een hele nieuwe vorm van activisme die wereldwijd op allerlei vlakken dingen teweeg brengt. Van ‘me too’ tot ‘Black Lives Matter’ en nu Israël en Palestina. Maar daar kun je ook helemaal knettergek van worden. Juist wanneer je als activist een langere adem wil hebben, moet je ook aan selfcare doen. Je rust pakken, even naar buiten gaan, leuke dingen doen, afleiding zoeken. Zorgen dat je goed slaapt. Jezelf omringen met lieve mensen die je een knuffel kunnen geven en waarbij je steun kan vinden. Er is ook gewoon een normale wereld buiten alles wat er misgaat. Ik denk dat je dat moet blijven onthouden en actief op moet roepen om het een beetje recht te trekken. Dan blijf je ook scherper op de lange termijn.”

Je schrijft nu ruim vijftien jaar over de queer gemeenschap en hebt mooie dingen bereikt. Wat zou jij graag willen doen de komende jaren? 

“Aan het einde van mijn boek schrijf ik dat je als oudere queer journalist en activist soms een stapje terug moet nemen. Dat is ook wel een beetje waarom ik dit boek schrijf. Ik ben nu nog niet zo oud dat ik rare dingen ga zeggen. Maar ik ben heel benieuwd hoe de jongere generatie de regenbooggemeenschap gaat vormgeven. Er is nog veel werk te doen, dus zal ik blijven schrijven. Maar ik heb ook wel zin om met thema’s bezig te zijn die wat minder aan mezelf relateren. Ook vind ik dat je jezelf moet blijven vernieuwen. Ik heb al veel kunnen doen, dus ik doe het nu ook wat rustiger aan. Ik heb ook een hondje (Pablo de teckel), dus ook wel fijn om daar wat meer tijd voor te hebben. In het meest ideale geval zou ik het liefst met mijn vriend en hond in Spanje wonen. We hebben geen serieuze plannen, maar we fantaseren wel eens over het idee om een Bed & Breakfast te beginnen.”

Wat is dat toch met homomannen die een B&B willen beginnen? 

“Het is wel een beetje het cliché dat gay mannen graag in hospitality en toerisme werken. Ik weet ook niet wat dat is. Als ik het probeer te psychologiseren, dan denk ik toch dat het idee om aan je dagelijks leven te ontsnappen heel aantrekkelijk is. Helemaal voor gay mannen die door trauma’s gevormd zijn, en het fijn vinden om ergens anders met een schone lei te beginnen. Er zit in gay mannen denk ik ook wel iets hedonistisch. We houden graag van op vakantie gaan, reizen, feestje, dingetjes. Beetje escapisme denk ik.”

Een van je laatste alinea’s is: ‘We zijn er altijd geweest, en zullen altijd blijven bestaan’. Wat is je toekomstdroom voor de queer gemeenschap?

“Mooie vraag. Grote vraag ook wel. We hadden het er net over dat we altijd een minderheid blijven en we ons dus ook te verhouden hebben tot de norm van de massa. Ik zou het erg fijn vinden als we op een gegeven moment niet meer zo’n groepje buitenstaanders zijn, maar echt wat meer op kunnen gaan in de reguliere maatschappij. Dat je, ook wanneer je trans of non-binair bent en een uiterlijk hebt wat niet per sé in een hokje past, gewoon een leuke baan kan vinden. Dat je door je collega’s geaccepteerd wordt. Dat je niet wordt nagekeken op straat of in elkaar wordt geslagen. Dat we elkaar als community blijven opzoeken, maar dat we verder meedraaien in de maatschappij en daar ook volledig geaccepteerd worden. Dat is mijn wens voor alle queer personen.”

Cover van het boek Spectrum van Haroon Ali, met een kleurrijke, bijna mozaïek-achtige verbeelding van de regenbooggemeenschap
Bezige Bij

Het boek Spectrum is via deze link verkrijgbaar, of in de betere boekhandel. 

Over de auteur(s)

Joey

Joey

Joey Velberg (hij/hem) is 31 jaar en Jonge Meester in de Levenskunst. Zijn missie is om jou en je organisatie te bewegen naar een hoger zelf bewust zijn. Hij werkt als freelance coach, opsteller, schrijver en trainer. Zo draagt Joey bij aan een wereld verenigd in diversiteit.

Schrijf mee

Wil jij helpen met het creëren van leuke content voor en door LHBT+? Bekijk hieronder onze vacatures.

Waarom iedereen het boek Pageboy moet lezen

Pageboy is een authentieke biografie waarin Elliot Page de lezer meeneemt in zijn reis naar worden wie hij is. De pijnlijke waarheid die veel trans personen moeten doorstaan wordt scherp beschreven.

Column

Reinder: Body issues

Mijn beste vriend is dus knap. En dan bedoel ik niet gewoon knap, maar bovengemiddeld mooi. Zo’n type met perfect vallende donkere krullen, azuurblauwe ogen

Lees verder »