“Dit had ik helemaal niet van je verwacht,” zegt een studiegenoot wanneer ik vertel dat ik een vriendin heb. “Wel leuk dat je het nu zegt.”
Alsof ik maandenlang een duister geheim heb verzwegen. Alsof mijn geaardheid iets is wat je officieel moet aankondigen met een persbericht en een bijpassende look. Wat ze eigenlijk bedoelde was: zo zie jij er niet uit. Blijkbaar heb ik het verkeerde kapsel gekozen.
Het stereotyperende plaatje
Waarschijnlijk denk je bij een lesbische of biseksuele vrouw aan iemand met kort haar, een flanellen overhemd en een wat stoerdere uitstraling. Het type waarvan mensen meteen zeggen: ja, dat zie je toch direct. Dat beeld leeft voort, zoals ook mooi wordt beschreven in het artikel ‘Hoe zien lesbiennes er uit?’ van Expreszo. Wie niet in dat plaatje past, wordt automatisch als hetero gezien. Dat is precies het veld waarin ik mij begeef.
Er is geen ‘juiste’ manier om queer te zijn
Maar er bestaat geen uniform voor lesbiennes of biseksuelen. Geen dresscode, geen kapsel, geen verplichte schoenen. Toch gedragen we ons alsof die er wel is. We hebben een beeld in ons hoofd, en als iemand daar niet in past, ontstaat er verwarring. Of verbazing. Of die ene zin: “Dat had ik niet verwacht.”
Een ‘compliment’ met een grens
Die opmerking klinkt onschuldig. Bijna als een compliment. Je bent anders dan mijn stereotype, bedoelen mensen vaak. Maar wat ze eigenlijk zeggen is: jij wijkt af van mijn idee van wie jij zou kunnen zijn. Vrouwen worden immers geacht er ‘’vrouwelijk uit te moeten zien’’ waarbij vrouwen worden beoordeeld op hun uiterlijk in plaats van hun inhoud, wat een vorm van misogynie is. Het straft de vrouwen die afwijken. Gebaseerd op een analyse van Or Goldenberg (De Correspondent).
Acceptatie onder voorwaarden
Misschien is dat ook waarom opmerkingen als deze zo dubbel voelen. Want wat klinkt als een compliment, bevat vaak ook een grens: jij bent acceptabel omdat je niet te ver afwijkt. Omdat je nog herkenbaar bent binnen wat als vrouwelijk geldt. Alsof acceptatie makkelijker wordt zolang je queer-zijn niet te nadrukkelijk zichtbaar is. Veel mensen zeggen met trots dat ze niet als ‘de andere gays’ zijn.
Dat herken ik zelf ook. Niet in openlijke afwijzing, maar juist in de kleine reacties. In de verrassing wanneer iemand hoort op wie ik val. In de bijna opgeluchte toon waarmee gezegd wordt dat ik “anders” ben dan verwacht. Alsof dat geruststellend moet werken. Maar wat daaronder ligt, blijft dezelfde vraag: hoeveel ruimte is er eigenlijk om gewoon te zijn wie je bent, zonder eerst te hoeven passen binnen iemands verwachting?
Uiterlijk vs. identiteit
Geaardheid gaat niet over hoe je eruitziet, maar over wie je liefhebt. Over wiens hand je vasthoudt, niet over welke schoenen je draagt. Toch koppelen we identiteit voortdurend aan uiterlijk, alsof liefde pas geloofwaardig is wanneer het plaatje klopt. En tegelijkertijd mag je er ook weer niet té stereotyperend uitzien, dan ben je cliché, “te gay”. Dan krijg je opmerking als ‘’draag je geen make-up meer door haar?’’, verwijzend naar mijn vriendin. Alsof vrouwelijkheid verdwijnt met een lesbische relatie.
Waarom uiterlijk tóch een rol speelt
Voor veel queer mensen is uiterlijk ook wel een manier van herkenning geweest, zoals Rachel Rasker and Benjamin Wilson van ABC news zeggen. Zeker vroeger, toen uit de kast komen gevaarlijk kon zijn. Ik moet toegeven: zo’n karabijnhaak is soms best handig om te zien voor welk team iemand speelt.
De karabijnhaak is in de queergemeenschap, en specifiek binnen de lesbische en butch-cultuur, uitgegroeid tot een bekend, subtiel symbool om seksualiteit en identiteit te signaleren. Het dragen van een karabijnhaak aan een broeklus is een manier geworden om zonder woorden te communiceren dat iemand queer is, aldus Bi&deLes op Instagram.
En ja, ik heb zelf ook ooit een kort kapsel gerockt. Ik was zeventien en had eigenlijk geen idee van mijn geaardheid. Mijn onderbewustzijn zal destijds vast meer hebben geweten, terwijl ik dacht dat ik hetero was. Misschien heeft dat kapsel me uiteindelijk toch iets dichter bij mezelf gebracht dan ik toen besefte.
De onzichtbaarheid van biseksualiteit
Wat me vooral stoort, is hoe onzichtbaar de biseksuele identiteit vaak blijft. Het steeds opnieuw moeten uitleggen. Steeds opnieuw uit de kast komen. Alsof je pas bestaat wanneer anderen je kunnen plaatsen.
Dus nee, je had het misschien niet verwacht. Maar misschien zegt dat uiteindelijk meer over het beeld dat nog steeds bestaat, dan over mij. Want zolang queer-zijn nog altijd gekoppeld wordt aan hoe iemand eruitziet, blijven sommige identiteiten zichtbaar gemaakt en andere opnieuw uitgelegd.
Over de auteur(s)
Annejet
Hi, ik ben Annejet (zij/haar)! Naast schrijven ben ik dol op verborgen parels speuren in kringloopwinkels en hardlopen langs de Amstel. Ik rond momenteel mijn master journalistiek af en zet mij graag in voor gelijke rechten voor iedereen.




