They/Them pronouns op een regenbooggekeurde papieren achtergrond.

Moet genderinclusieve taal altijd genderneutraal zijn?

Taal weerspiegelt onze culturele en politieke denkbeelden. Maar op het moment dat onze ideeën veranderen, past de taal zich hier niet onmiddellijk op aan. Bepaald taalgebruik is er zo ingesleten dat het lastig is om deze te veranderen, bijvoorbeeld ten behoeve van een genderinclusieve taal. Zo werd het mannelijke voornaamwoord van oudsher ook gebruikt om naar vrouwen te verwijzen. Al dan niet onbewust zetten we mannen op een voetstuk door middel van taal, met als gevolg dat seksestereotypen met een slakkengang veranderen. Filosoof Judith Butler betoogde dan ook in diens boek Gender Trouble dat taal niet neutraal is en deze actief betekenissen en sociale verhoudingen voortbrengt. Vooroordelen in ons taalgebruik over wat typisch mannelijk en vrouwelijk is, noemen we ook wel linguistic gender bias.

Naar een genderinclusieve taal

Taal dient dus als machtig middel om traditionele ideeën over genderrollen in stand te houden. Aan het eind van de vorige eeuw spraken activisten zich hierover uit, in een poging hier wat aan te veranderen. In de jaren 80 uitten Casey Miller en Kate Swift hun kritiek op de seksistische Engelse taal. Met hun belangrijke werk, The Handbook of Nonsexist Writing, wilden zij deze taal omvormen tot een genderinclusieve taal. Zo introduceerden zij een genderneutrale tegenhanger tegen het generieke mannelijke voornaamwoord (dat gebruikt werd om te refereren aan iemand die zowel man als vrouw kon zijn, of waarvan het gender onbekend was): tey.

Toch wordt een genderneutrale variant nog maar weinig gebruikt, ook in het Nederlands. Wel hield de rol van taal in gendergelijkheid de gemoederen al langer bezig. Op 23 maart 1983 lag in de Tweede Kamer ter stemming of we beroepsaanduidingen voortaan moesten differentiëren of neutraliseren. Dat wil zeggen, twee aparte termen voor mannen en vrouwen of één die naar beiden refereert. Deze vraag is nog steeds relevant: non-binaire personen zijn steeds zichtbaarder in onze samenleving. De noodzaak om behalve mannen en vrouwen ook non-binaire personen te betrekken wordt dus steeds groter.

De gender bias gooit roet in het eten

In het kader van genderneutraliteit wordt tegenwoordig ook voor beroepsaanduidingen een zogenaamd neutrale vorm gehanteerd die zich tot zowel mannen als vrouwen richt. Daarmee verandert echter niets aan het feit dat het van oorsprong mannelijke woorden zijn. Is het dan niet te makkelijk gedacht om deze voortaan maar tot de neutrale vorm te dopen? Neem bijvoorbeeld beroepen als wethouder, hoofdredacteur en chirurg. De meeste mensen denken bij deze functies aan een man, terwijl het net zo goed om een vrouw of non-binair persoon kan gaan. Of ons brein echt zo werkt? 75% van de mensen in een onderzoek uit 2018 was niet in staat onderstaand raadsel op te lossen:

Een vader en een zoon rijden samen in de auto naar het werk. Ze krijgen een verschrikkelijk verkeersongeluk. De vader sterft ter plekke en de zoon wordt zwaargewond naar het ziekenhuis gevoerd. Wanneer de jongen het ziekenhuis binnengedragen wordt, roept een voorbijgaande chirurg uit: “Oh nee, dat is mijn zoon”. Wat is de relatie tussen de chirurg en de gewonde jongen?

Slechts een enkeling weet het antwoord: de chirurg is de moeder van de jongen. Dat de jongen twee vaders heeft wordt niet altijd uitgesloten, maar zelfs in 2018 waren er maar weinig mensen die voor mogelijk hielden dat het om een vrouw kon gaan, aldus taalkundige Ingrid van Alphen. Onze heteronormatieve en seksistische overtuigingen zitten schijnbaar nog heel diepgeworteld. Er zijn dan ook talloze onderzoeken die bevestigen dat neutrale vormen vrijwel altijd met mannelijke beelden worden ingevuld. ‘‘Het is misschien goed bedoeld, maar je bewijst er vrouwen geen dienst mee. Ze worden minder zichtbaar. Jonge meisjes zullen zich minder aangesproken voelen. Al met de leeftijd van 6 jaar hebben meisjes tal van beroepen als mogelijkheid voor zichzelf geschrapt’’, aldus taalwetenschapper Dries Vervecken.

Seksestereotypen hebben een belangrijke invloed op ons taalgebruik, blijkt uit een rapport van WOMEN Inc. Zo gebruiken we de term ‘chirurg’ op een manier die stereotype-congruent is. We denken hierbij al gauw aan een man, omdat deze traditioneel gezien de rol van werkende op zich neemt en dus eerder een functie als chirurg zou bekleden. We hoeven het geslacht dus niet expliciet te vermelden. Dat doen we vaak wel als het om een vrouw gaat, omdat het geslacht niet overeenkomt met het stereotiepe beeld van de rol. Een vrouwelijke chirurg, zeggen we dan.

Het is typisch dat juist deze term geen vrouwelijke variant kent, maar er wel kapsters, schoonheidsspecialistes en peuterleidsters zijn, merkte journalist Els Quaegebeur op in een column voor Vrij Nederland. Zij vroeg zich dan ook heel terecht af: waarom zeggen we wel kapster, maar niet rechtster? Vrouwelijke beroepsaanduidingen kunnen juist voor meer zichtbaarheid zorgen in beroepsdomeinen die gedomineerd worden door mannen. Aan de andere kant, genderneutraal taalgebruik gaat voorbij aan de gender binariteit en richt zich tot iedereen, ongeacht gender. Althans, dat is de bedoeling. Afhankelijk van de vorm kan genderneutraal taalgebruik ook mannelijke associaties oproepen en dan zijn het zowel vrouwen als non-binaire personen die aan het kortste eind trekken. Het is dus te makkelijk gedacht om een mannelijk woord tot de neutrale vorm te dopen. Zo zijn er nog meer sociaal-culturele factoren die genderinclusiviteit in de weg staan.

Genderneutrale BRIT Awards toch niet zo inclusief

De BRIT Awards laten zien dat neutraliseren niet altijd tot genderinclusiviteit leidt. In 2022 besloot de organisatie niet langer onderscheid te maken tussen man en vrouw door twee man/vrouw-specifieke categorieën samen te smelten tot de prijs ‘Best Artist of the Year’. Dit verzoek kwam ook van artiesten waaronder Sam Smith. De organisatie achter de BRIT Awards volgde hun raad op in een poging meer inclusief te zijn, in plaats van gender het werk van de artiest te erkennen. Met de introductie van de genderneutrale categorie kunnen artiesten van elk gender genomineerd worden voor de prijs. De organisatie bedoelde het goed, maar toch had het een averechts effect. Zo was er dit jaar geen enkele vrouw of non-binaire artiest genomineerd voor de prijs. Jamie Lee Curtis kaartte dit probleem nogmaals aan toen zij deelde hoe het voelt om als één van de 65 vrouwen genomineerd te zijn voor een Oscar:

‘I would like to see more women nominated so there is gender parity and of course the inclusivity that involves the bigger question, which is how to include everyone when there are binary choices. As the mother of a trans daughter, I completely understand that. And yet, to degender the category also will diminish the opportunities for more women, so it is a complicated question.’

Op taalgebied lopen we dus tegen vergelijkbare problemen aan. Eerder benoemde ik het appèl op genderneutraal taalgebruik, dat jaren terug al werd gedaan door feministen zodat mannen niet langer tot norm verheven zouden worden in de taal. Zoals Judith Butler al beweerde is taal inderdaad niet neutraal en brengt deze actief betekenissen en sociale verhoudingen met zich mee. Sommige feministen pleiten om dezelfde reden voor differentiatie, om vrouwen zo zichtbaarder te maken. Maar waar laat dat non-binaire personen?

Voorkom gender bias en maak er een genderinclusieve taal van

Non-binaire personen hebben jarenlang moeten knokken voor de invoering van genderneutrale voornaamwoorden. Al sinds de jaren 90 werden er veel voorstellen gedaan, maar tevergeefs: het genootschap Onze Taal zag er maar geen heil in. Fast forward naar 2016, het jaar waarin die/hen/hun officieel opgenomen werden in de taal. Al is er ongetwijfeld nog een lange weg te gaan, worden non-binaire personen eindelijk erkend in onze taal. Moeten we dan niet doorpakken en overal een genderneutrale optie voor hebben?

Al in 2015 werd ‘hen’ in de Zweedse taal als genderneutraal voornaamwoord ingevoerd en uit onderzoek blijkt dat mensen hierdoor positiever denken over vrouwen en seksuele minderheden. Ook leidt taalvernieuwing ertoe dat mensen minder vasthouden aan traditionele genderpatronen. Genderneutraal taalgebruik kan dus helpen in het doorbreken van de gender binariteit, zonder dat vrouwen hier de dupe van worden. Echter maakt de woordkeuze en de context waarin deze wordt gebruikt het verschil. ‘Hen’ is van origine een meervoudsvorm die werd gebruikt om naar meerdere mensen te verwijzen, maar wordt nu gebruikt als enkelvoudsvorm. Van een specifiek gender is hier geen sprake. 

Het helpt dus ook om nieuwe, genderneutrale woorden te gebruiken die minder vaak mannelijke associaties oproepen. Bijvoorbeeld door het woord ‘persoon’ te gebruiken in een beroepsaanduiding. Gebruik weerpersoon in plaats van weerman of weervrouw, of bewindspersoon in plaats van bewindsman of bewindsvrouw. Maar er zijn ook neutrale vormen die gangbaarder zijn, zoals leerkracht in plaats van leraar of lerares. Omdat deze term afwijkt van de al bestaande termen die doorgaans voor mannen en vrouwen worden gebruikt, leidt dit hopelijk tot minder gender bias en betrek je non-binaire personen en iedereen daarbuiten. Immers kan ‘weerpersoon’ ook gewoon naar een man of vrouw verwijzen, want die zijn evengoed personen.

Deze term kan bijvoorbeeld goed gebruikt worden als basis voor vacatureteksten, om zo iedereen aan te spreken en niemand uit te sluiten. Als vrouw kan je jezelf met de vrouwelijke titel benoemen om vrouwen zo zichtbaarder te maken, of een genderneutrale vorm. Als we van origine mannelijke woorden als uitgangspunt zouden nemen voor genderneutrale termen, zal er eerst wat op sociaal-cultureel vlak moeten veranderen wil deze écht bij kunnen dragen aan een genderinclusieve taal, zo laat ook het voorbeeld van de BRIT Awards zien. Daar kan makkelijk een paar jaar overheen gaan. 

Ongeacht de manier waarop, vergt het veranderen van de taal een lange adem. Al is het natuurlijk ook weer zo dat wij niet hoeven te wachten tot deze verandering heeft plaatsgevonden. In feite zijn wij de verandering zelve. Er zal niets veranderen zolang wij er zelf niet voor zorgen dat genderinclusieve alternatieven in de taal wijdverbreid raken.

Over de auteur(s)

Dylan

Dylan

Hi! Ik ben Dylan (hij/hem), 23 jaar oud en ik woon in Nijmegen. Ik werkte voorheen als copywriter, maar wil veel liever schrijven over dat wat mij écht interesseert: queer- en popcultuur. So this is me trying! Daarnaast lees ik, wandel ik, vier ik het leven en ben ik vooral nog veel aan het ontdekken.

Schrijf mee

Wil jij helpen met het creëren van leuke content voor en door LHBT+? Bekijk hieronder onze vacatures.

Waarom iedereen het boek Pageboy moet lezen

Pageboy is een authentieke biografie waarin Elliot Page de lezer meeneemt in zijn reis naar worden wie hij is. De pijnlijke waarheid die veel trans personen moeten doorstaan wordt scherp beschreven.