In de rubriek ‘Quears’ tippen Expreszo’ers liedjes of albums tippen waar ze met hun queer ears naar luisteren. Dit keer bestaan de tips uit DJ_Dave, Carly Rae Jepsen, BABS en Elmer.
DJ_Dave – fail-safe
Hans (hij/hem)

“Making music with code” is zo ongeveer het enige wat Sarah, oftewel “DJ_Dave” over zichzelf vertelt op haar socials. In plaats van te werken in een zogenaamd DAW (Digital Audio Workstation, de software waar de meeste elektronische muziekproducers mee werken) codeert zij zelf, zonder tussenkomst van ondersteunende software. Ook tijdens liveoptredens speelt ze geen instrumenten en draait ze ook geen platen op een draaitafel, maar gebeurt alles door live coderen. Haar muziek laat zich daardoor plaatsen in het “algorave” genre. In het geval van DJ_Dave levert dat euforische electropop beats op die ergens iets nostalgisch hebben. Het doet mij in ieder geval denken aan eurodance uit de jaren ‘90 en ‘00.
Fail-safe is de meest recente single van deze queer vrouw in STEM. Een catchy nummer dat langer in je hoofd blijft zitten dan dat ze ervoor nodig had om het in elkaar te zetten. Schijnbaar was het nummer in 10 minuten af. Dan rekenen we al het voorwerk van het coderen van het algoritme alleen even niet mee.
Carly Rae Jepsen – Day and Night
Dylan (hij/hem)

Een nieuwe plaat van Carly Rae Jepsen? Mij wel bellen! Zoals fans van Carly gewend zijn, kent ook haar nieuwe werk twee gezichten. De eerste kant van de plaat (Day) leunt minder op synthpop, waar live instrumentatie voor in de plaats komt. Haar liefdesverhaal is daardoor in zijn meest pure vorm te horen – erg passend, nu ze net een kersvers gezin heeft gesticht. In Versailles hoor je vingers wild over pianotoetsen heen vliegen en worden intense verlangens pas tot bedaren gebracht zodra de melodie daarmee instemt. Met de gitaar klinkt het refrein weer een stuk lichter, zoals iemand je het gevoel kan geven dat alles nog mogelijk is.
BABS- De club is stuk
Aimee (die/diens)

Na lang wachten is Babs eerste volledige album uit. In 2021 was haar EP al uitgekomen, en naast het verschijnen inWie is de Mol, heeft ze aardig wat nieuwe muziek uitgebracht én was ze vaak op diverse festivals te zien. Ook haar nummer ‘Bennie Boos’ werd genomineerd voor Song van het Jaar. Ik ben groot fan en heb haar tijdens Rotterdam Pride weer mogen zien. Babs is voor mij een echt queer icoon, met de nummers Beetje Bi en Die/Hun. Hierin zingt ze openlijk dat iedereen een beetje bi is, en dat voornaamwoorden voor de een maar een woord kunnen zijn, maar voor de ander identiteit.
Met een liveband die bestaat uit haar tweelingbroer als toetsenist en MC, is het altijd een feestje om naar haar te luisteren, zelfs als er ook diepere teksten in naar voren komen.
In haar single Underdog geeft ze aandacht aan mensen die naar haar idee een underdog zijn, oftewel niet zichtbaar genoeg. Het nummer Je durft niet te stoppen met dansen doet precies wat het zegt; het zorgt ervoor dat je niet stil kan zitten, of dit nu op de bank is thuis of op een festival. Vind het album via deze link op Spotify.
Elmer – MAN, OH MAN
Dylan(hij/hem)

Op haar tweede album reikt Elmer een hand uit naar de man. In het openingsnummer Een Jas zegt ze dat ze te veel over mannen praat, in plaats van met hen. Op MAN, OH MAN gaat Elmer daarom de dialoog aan, blijft geen enkele invalshoek ongemoeid en onderzoekt Elmer de positie van de man in de maatschappij.
Op enkele nummers, zoals Ook een pose, worden stereotiepe eigenschappen als een opsomming gepresenteerd. ‘‘Doe maar door de stad fietsen met je speaker voorop, iedereen negeren, zonnebril en petje zo op.’’ De repetitieve technobeat maakt het dwingende karakter van gedragsregels voelbaar die jongens zichzelf opleggen, om maar mannelijk of stoer te zijn. Als je nog niet rijk bent ligt het aan jezelf gaat over de onrealistische idealen die jongens worden opgelegd binnen de manosphere. De cartooneske productie legt de absurditeit ervan bloot, wat goed op de lachspieren werkt.
Het merendeel van het album bevat echter serieuzere teksten. In Mistlamp/Zoeklicht vraagt Elmer zich af: ‘‘Waarom zijn wij wie we nu zijn? Kies ik zelf het verhaal? Of wordt dat van tevoren al bepaald?’’ De heersende normen rondom mannelijkheid bieden namelijk weinig ruimte voor interpretatie. Toch kan deze hardheid ook afbrokkelen. In Kleine Man zingt ze over mannen die zich groot houden totdat ze een keer met een vrouw zijn en ‘‘het er plots twee zijn’’. Iets waar mannen bang voor kunnen zijn, terwijl het ook een hoop ademruimte op zou kunnen leveren. Elmer begrijpt dat het een kwestie van lange adem is voordat deze rigide gendernormen aan kracht verliezen. De plaat getuigt dan ook van haar ruimhartigheid, zonder daarbij de kritische blik te verliezen of het eigen leed opzij te zetten.




