LHBTQIA+ in de kerk: In gesprek (deel 1)

Hoe kunnen een christelijke identiteit en LHBTQIA+ zijn samengaan? Uit eigen ervaring weet Jamie dat dit soms een lastige combinatie kan zijn. De Bijbel geeft geen duidelijk antwoord op de vraag of homoseksualiteit toegestaan is. In de kerkgemeenschap laait de discussie hierover vaak op. In deze serie artikelen onderzoekt Jamie hoe zij haar eigen leven zo kan indelen dat ze recht kan doen aan beide delen van haar identiteit. Aan de hand van visies van anderen en voorbeelden uit de hedendaagse maatschappij, geeft ze je tips hoe je zelf je zoektocht kan uitbreiden. 

In februari 2021 schreef ik over het dilemma dat veel christelijke LHBTQIA+’ers bezighoudt: hoe combineer ik mijn geloof en mijn seksuele of genderidentiteit? Dit dilemma vormt ook een grote lijn in mijn eigen leven. Zo schreef ik dat een groot keerpunt in mijn leven het moment was waarop de kerk waar ik naartoe ging de deuren sloot. Dat bracht mij een moment om te kunnen reflecteren op mijn identiteit, mijn geloof en mijzelf. Dit reflecteren duurt inmiddels ongeveer drie jaar en ik merk dat ik niet tevreden ben met de plek die het geloof in mijn leven heeft. Daarom ben ik opnieuw op zoek gegaan naar wat het geloof voor mij kan betekenen.

Ik ben niet de enige die met deze gevoelens worstelt. Ook Inge (23, zij/haar), Jolijn* (32, die/hen), Jordi (19, hij/hem), Kirill (28, hij/hem) en Marco (22, hij/hem) hebben hindernissen ervaren tussen hun seksuele of genderidentiteit en het christelijke geloof. Ik ben één-op-één met hen in gesprek gegaan over het geloof, uit de kast komen en de Bijbel. Allemaal geven zij aan een bepaalde zoektocht naar zichzelf te hebben doorgemaakt. En allemaal hebben zij een manier gevonden om hun LHBTQIA+-zijn en hun geloof in God met elkaar te kunnen verenigen. De grote hoeveelheid ervaringen van mijn gesprekspartners heeft ertoe geleid dat ik de inhoud in twee artikelen heb opgesplitst. Dit is het eerste deel daarvan.

Over de gesprekspartners

Ik heb gesproken met vijf verschillende personen, die allemaal LHBTQIA+ zijn en een band hebben met het christelijk geloof. Ik heb hen individueel gesproken om zo een veilige omgeving te creëren en een persoonlijk gesprek aan te kunnen gaan. Wat belangrijk is om te weten, is dat ik ben opgegroeid met de rooms-katholieke kerk. De ervaringen van mijn gesprekspartners zijn vanuit de protestantse kerk. Kirill was in Rusland aangesloten bij de orthodoxe kerk en in Nederland bij de protestantse kerk. Er zijn verschillen tussen deze stromingen en ook binnen een stroming kunnen ervaringen en gebruiken anders zijn. In het artikel zul je daarom verschillende termen en titels tegenkomen. 

Hoe was het voor jou om te ontdekken dat je LHBTQIA+ bent?

Jordi: Voor mij was het knap lastig. Ik heb op een christelijke basisschool en een reformatorische middelbare school gezeten. In groep 8 kwam ik erachter dat ik jongens leuker vond dan meiden. Maar ik kende niet wat homo zijn was, behalve van tv. Op de middelbare school kreeg ik te horen dat je geen leven hebt als je homo bent. Je zou dan verdoemd zijn en geen gezin kunnen stichten. Ik dacht dat mijn leven voorbij was en beter af was in een klooster. Dat is een lange interne worsteling geweest. Pas in het laatste jaar op de middelbare school ben ik uit de kast gekomen, nadat ik Jurre Geluk (presentator van onder andere Spuiten en Slikken en zelf een homoseksuele man) op tv zag. Hij zei dat je jezelf moet accepteren voor wie je bent. Dat was wat ik nodig had.

Marco: Ik vond het raar om te ontdekken dat ik bi ben. Ik weet het ook nog niet zo lang. Ergens wist ik het altijd wel, maar ik hoorde altijd dat het niet mag. Ik heb op een reformatorische school gezeten, dus ik heb mijn gevoelens altijd aan de kant geschoven. Pas toen ik veel op internet ging zoeken, kwam ik andere meningen tegen dan die ik in de kerk hoorde. Daar vond ik ook meer uitleg over wat er over dit onderwerp in de Bijbel staat geschreven. Zonder het internet zou ik nu waarschijnlijk nog steeds in tweestrijd zijn over homoseksualiteit en was het proces stukken lastiger en veel langer geweest.

Jolijn: Voor mij was het verwarrend om erachter te komen. Ik was getrouwd en ben enorm cisgender en hetero opgevoed. Toen ik erachter kwam dat ik op meerdere genders viel, had ik geen voorbeelden om me heen. Het bestond simpelweg niet, althans niet bij mij in de buurt. Ik heb het later wel tegen mijn man verteld, maar die had geen fijne reactie. Pas toen ik bij hem wegging kon ik er echt over nadenken. Ik dacht altijd dat ik nooit met een vrouw zou kunnen samenwonen, maar ik ben blij dat ik het wel heb kunnen onderzoeken. Nu woon ik samen met mijn non-binaire partner. Als ik nu in de spiegel kijk, begin ik steeds meer mezelf te zien.

Hoe was jouw coming-out?

Marco: Ik heb het eerst tegen mijn vader verteld. Daarna wilde ik het aan mijn moeder vertellen, maar dat had mijn vader stiekem al gedaan. Hun reactie was positief, maar ze waren ook wel bang dat het voor mij lastig zou worden. Zij hoorden natuurlijk ook altijd dat het niet mag. Later kwamen ze er wel achter dat het niet erg is om LHBTQIA+ te zijn. Nu staan ze volledig achter me, maar ze gaan nog wel naar de hervormde kerk waar ik weg ben gegaan. Ik vind dat wel moeilijk, maar voor hen is het niet zo’n ding. Ze voelen het niet zelf en kunnen het dus even apart zetten. Mijn vader gaat wel uit de kerkraad stappen. Ik heb voor opschudding gezorgd en mijn vader wil niet de keuzes maken over hoe de kerk moet omgaan met onder andere homoseksualiteit.

Jolijn: Ik heb mijn ouders pas verteld dat ik niet hetero was toen ik in een relatie zat. Ze reageerden eerst heel lief en positief en ze zeiden dat ze nog steeds van me hielden. Maar daarna keerden ze even helemaal om. Ze vonden dat ik iemand had gezocht in een verkeerde omgeving. En ze dachten niet dat ik iemand tegen kon komen die ook LHBTQIA+ en christen was, dat dat niet bestond. Terwijl ik zelf een niet-hetero christen ben. Nu ze mijn partner vaker hebben ontmoet, accepteren ze het beter. 

Jordi: Toen ik mezelf had geaccepteerd, heb ik eerst tegen een goede vriendin verteld dat het zou kunnen dat ik op jongens viel. En toen ben ik gaan kijken op school wat ik vond van jongens en hoe ik naar hen keek. Daarna heb ik het tegen een vriend van me, mijn broers en mijn ouders verteld. Ik vond het allemaal eng, maar het ging goed. Ook de rest van mijn familie en mijn vrienden hebben het geaccepteerd. Zelfs mijn opa en oma zeiden dat de deur altijd voor mij openstaat. Dat vond ik het knapste van hen, dat zij dat konden, omdat ze aangesloten zijn bij de gereformeerde gemeente. 

Hoe reageerde je christelijke omgeving toen je uit de kast kwam?

Kirill: Mijn man en ik hebben onszelf geaccepteerd, maar helaas werd ik gedwongen om uit de kast te komen. In Rusland was ik priester en grensbewaker van de Federale Veiligheidsdienst. Op een onverwacht moment kwam er een artikel uit met de titel ‘Een priester, een militair, en een homo’. Dat artikel ging over mij. Het was een groot schandaal. Er waren foto’s van mij in een homoclub bij geplaatst. Toen moest ik er wel open over zijn. Mijn militaire collega’s hebben me gepest en zelfs doodsbedreigingen gestuurd. De aartsbisschop van het bisdom waar ik in zat, dreigde met represailles. Een paar mensen spraken hun steun uit, omdat ze mijn eerlijkheid waardeerden.

Jolijn: Ik heb het niet direct tegen mensen uit mijn kerk verteld, maar ik ben wel met een aantal van hen bevriend op sociale media. Laatst heb ik daar een post op geplaatst met daarbij een foto van mij en mijn partner. Iemand uit de kerk reageerde daar heel positief op. De rest heeft niet gereageerd. Dat vind ik bekrompen. Ze hoeven me echt niet allemaal te feliciteren – dat doen ze met mijn verjaardag ook niet. Maar ik hoop wel dat ze hun vooroordelen gaan doorzwemmen en dat ik er niet op aangekeken word. 

Inge: Ik ben vooral het gesprek uit de weg gegaan. Mensen kunnen dingen zeggen vanuit God, maar ze zijn niet God zelf. Ik was ook actief in de jongerengroep in de kerk en de mensen daar misten mij wel toen ik daar wegging. Maar ze spraken ook uit dat ze niet wisten wat ze ervan moesten denken. Dat vond ik niet erg, ik heb ook niet een mening over alles wat zij doen. Zij leken wel het gevoel te hebben dat ze zich moesten uitspreken en een kant moesten kiezen. Heel veel mensen ontwijken het gesprek omdat ze vinden dat het niet samen kan. Ik heb liefde nodig en ik zou ook niet zonder geloof willen leven. Het is jammer dat ik om mij heen andere LHBTQIA+’ers zie wegvluchten of omslaan, die het geloof loslaten alsof hen dat wordt opgelegd. Ik voel dat het samen kan.

Voor de lezer

Jolijn: De hele LHBTQIA+-gemeenschap geeft me meer liefde dan ik in mijn leven heb leren kennen. De kerk waar ik naartoe ging was geen zware kerk. Er kwamen ook scheidingen voor en het was niet altijd hel en verdoemenis. Toch dacht ik altijd dat het niet iets voor mij was om LHBTQIA+ te zijn. Nu denk ik dat het wel voor mij is; het is er en het mag er zijn. Ik mag zijn zoals ik gemaakt ben. Hetero zijn past niet echt meer bij mij. Ik heb 3 kinderen en daar ben ik blij mee, maar ik ben ook blij dat ik nu niet met een man ben. 

Dit is het eerste deel van de bevindingen die ik heb opgedaan aan de hand van vijf gesprekken. Het vervolg hierop zal binnenkort worden geplaatst. In dat artikel komen vragen rondom het vinden van een passende kerk en het uiten van je geloof aan bod. Ook lees je antwoorden op de vraag ‘Hoe kun je LHBTQIA+ en christen zijn?’. 

*Deze naam is gefingeerd. De echte naam is bij de redactie bekend.

Over de auteur(s)

Jamie

Jamie

Jamie was actief als redacteur bij Expreszo van 2020 tot 2024. Sinds 2022 was ze naast redacteur ook eindredacteur.

Schrijf mee

Wil jij helpen met het creëren van leuke content voor en door LHBT+? Bekijk hieronder onze vacatures.

Waarom iedereen het boek Pageboy moet lezen

Pageboy is een authentieke biografie waarin Elliot Page de lezer meeneemt in zijn reis naar worden wie hij is. De pijnlijke waarheid die veel trans personen moeten doorstaan wordt scherp beschreven.