Medisch biologe en sociaal werkster Dora Melkonyan (33) vlucht in 2019 vanuit Armenië naar Nederland omdat zij in haar geboorteland niet veilig is als transvrouw. Ze woont vervolgens in verschillende AZC’s, waar ze al snel begint met het ondersteunen van andere queer asielzoekers. Inmiddels heeft Dora een thuis opgebouwd in Amsterdam en blijft ze zich onvermoeibaar inzetten voor de gemeenschap door middel van haar werk. Dit jaar is zij genomineerd voor het Roze Lieverdje die wordt uitgereikt op 14 februari in popcentrum Paradiso in Amsterdam, een prijs voor een Amsterdammer of initiatief dat zich inzet voor de LGBTQIA+-gemeenschap. Van vluchten naar verbinden: hoe is dit Dora afgegaan?
Leven in Armenië

In Armenië realiseert Dora zich al op 7-jarige leeftijd dat ze zich een vrouw voelt. “Ik had er geen woorden voor, maar ik voelde diep in mij dat ik zo was als mijn zus en mijn moeder.” Als kind wordt ze gepest, maar juist daardoor wordt ze sterk naar eigen zeggen. In het conservatieve Armenië is er weinig tot geen wetgeving die LHBTQIA+-personen beschermt. Voor Dora is het dan ook onmogelijk om in transitie te gaan via het publieke Armeense zorgsysteem: er zijn nauwelijks artsen die transzorg ondersteunen en operaties worden vrijwel niet uitgevoerd.
Door haar achtergrond in medische biologie heeft Dora relatief veel kennis en toegang tot middelen. Hierdoor kan zij een deel van haar eigen transitie zelf begeleiden, een uitzonderlijke positie die haar tegelijkertijd ook confronteert met hoe ontoegankelijk zorg is voor veel andere transpersonen in haar land.
Aankomst in Nederland
Naast haar wetenschappelijke werk zet Dora zich actief in voor queerrechten, maar in 2019 wordt dit te gevaarlijk. “Ik ontving veel bedreigingen en besloot dat het niet langer veilig was om te blijven.” Ze vlucht via Duitsland naar Nederland en het moment dat ze op Schiphol aankomt, staat haar nog helder voor de geest: “Toen ik de eerste hijs van mijn sigaret nam, voelde ik me veilig. Alsof ik thuis was.”
Dora komt terecht in een AZC (asielzoekerscentrum) in Zutphen. Hoewel ze zelf nog midden in haar asielprocedure zit, begint ze vrijwel direct met haar sociale werk voor andere queer asielzoekers. Zo helpt ze mensen met hun procedures en organiseert praatgroepen. Voor Dora gaat het nooit om geld. “Het voelt niet als werken. Dit is mijn leven. Dit is wie ik ben.”
Geen queer heaven
In haar werk ziet Dora dat veel queer vluchtelingen naar Europa komen met extreem hoge verwachtingen. Nederland staat internationaal bekend als tolerant, progressief en veilig. Voor sommigen voelt het bijna als een mythe. “Ze zien Europa als één grote gay heaven. Ze denken dat hier alles kan en alles mag.” Als ze hier eenmaal aankomen, blijken die verwachtingen over Nederland toch anders te zijn als ze in een AZC aankomen en daar door krijgen hoe het eraan toe gaat, volgens Dora.
Zelf heeft Dora die illusie nooit gehad. In Armenië werkt ze al in hetzelfde veld en weet ze hoe complex queer rechten wereldwijd zijn. Ze heeft zich ingelezen en is voorbereid. Bij aankomst in het AZC begint ze eerst vooral te observeren. Ze wil begrijpen hoe het systeem werkt voordat ze in actie komt. Wat is het COA? Hoe functioneren AZC’s? Waar zitten de gaten? Welke behoeften blijven onzichtbaar?

Die realiteit blijkt confronterend. AZC’s zijn gesloten omgevingen waar discriminatie, ook onder bewoners, veel voorkomt. Voor queer asielzoekers stapelen kwetsbaarheden zich op. Denk aan trauma’s uit het land van herkomst, onzekerheid over de procedure, gebrek aan privacy en opnieuw afwijzing: door de mensen om zich heen of door het feit dat ze niet goed begeleid worden. “Er is geen specifieke aanpak voor deze groep,” zegt Dora. “De problemen zijn bekend, maar oplossingen die echt aansluiten bij deze groep ontbreken vaak.”
Wat Dora vooral kwalijk vindt, is wat er van queer asielzoekers wordt verwacht tijdens hun procedure. De IND (immigratie- en naturalisatiedienst) verlangt dat zij helder kunnen verwoorden wie ze zijn, wat hun genderidentiteit of seksualiteit is en waarom die hen in gevaar brengt. “Maar veel mensen komen uit samenlevingen waar seks, gender en seksualiteit taboe zijn,” legt Dora uit. “Hoe kun je iets onder woorden brengen als je nooit hebt geleerd hoe je erover praat?” Ze ziet hoe mensen vastlopen, hoe hoop omslaat in depressie en hoe verhalen niet geloofd worden omdat ze niet ‘goed genoeg’ verteld kunnen worden.
Veerkrachtig
Dora omschrijft haar eigen tijd in AZC’s als intens, maar ook leerzaam. “Veel mensen noemen het een nachtmerrie. Ik begrijp dat, maar zo heb ik het zelf niet ervaren,” zegt ze. “Ik wist dat het een periode zou zijn vol uitdagingen. Ik dacht: ik heb twee keuzes. Of ik zie mezelf als slachtoffer, of ik ga mijn uitdagingen aan en probeer er het beste van te maken.”
Die houding typeert haar tot op de dag van vandaag. Tijdens haar tijd in het AZC ontwikkelt Dora zich verder, zowel persoonlijk als professioneel. Ze noemt die periode zelfs vormend: “Ik ben daar geworden wie ik nu ben.” Die ervaring neemt ze mee in haar werk met queer asielzoekers en statushouders. Dora werkt onder meer bij organisaties Prisma, Veilige Haven en het TransHuis. In al haar functies staat het ondersteunen bij praktische zaken centraal maar ook een veilige ruimte creëren waarin mensen gezien en gehoord worden. Ze begeleidt hierbij veel verschillende mensen; van mensen met een islamitische achtergrond tot transpersonen.
“Soms kan ik streng zijn. Niemand anders gaat jouw problemen oplossen. Je moet zelf stappen zetten.” Tegelijkertijd probeert Dora altijd goed te luisteren en mensen aan te moedigen hun eigen kracht te (her)ontdekken. Opvallend is dat ze tijdens gesprekken nooit zegt dat ze iemand begrijpt. “Iedere ervaring is uniek,” legt ze uit. “Als je zegt dat je iemand begrijpt, verklein je de intensiteit van wat die persoon heeft meegemaakt.” In plaats daarvan kijkt Dora naar wat mogelijk is: wat kan iemand zelf doen, en wat is er nodig?
Een van haar trainingen heet daarom celebrating depression. “Als je over je depressie kunt praten, betekent dat dat je er nog bent,” zegt Dora. “Dat je de kracht hebt om door te gaan. Dat is iets om bij stil te staan. Van daaruit kun je kijken naar oplossingen.”
Queer and Friends

In AZC Willinklaan in Amsterdam is een ander initiatief actief met medewerking van Dora: een vrouwengroep voor bewoners. Ze hebben een eigen ruimte met naaimachines en plek om samen te komen. Ook queer bewoners sluiten zich aan. “Waar vrouwen zijn, zijn vaak ook queer mensen,” zegt Dora. Wat begint als een veilige plek voor vrouwen en queers, groeit uit tot iets groters. Niet-queer bewoners raken nieuwsgierig en willen weten wat er hier achter gesloten deur plaatsvindt. Ze sluiten zich aan. In plaats van scheiding ontstaat ontmoeting en zo wordt Queer and Friends geboren.
Het initiatief doorbreekt een hardnekkig patroon. In veel AZC’s wonen queer mensen strikt gescheiden van andere bewoners, vaak uit veiligheidsoverwegingen. Die isolatie kan vervreemdend werken, maar gelukkig ziet Dora succesverhalen. “We hadden bijvoorbeeld een heteroseksueel koppel dat zelf vroeg om met queer mensen samen te wonen,” vertelt Dora. “Dat was een groot succes. Dat is hoe normalisering werkt. AZC’s zijn de boiler rooms van de toekomstige samenleving,” zegt ze. “Wat mensen daar leren, nemen ze mee naar buiten. Isolatie kweekt angst. Samenleven kweekt begrip.”
Zichtbaarheid
Als Dora hoort dat ze is genomineerd voor het Roze Lieverdje, is ze verrast. “De nominatie voelt emotioneel,” zegt ze. “Als erkenning. Niet alleen voor mij, maar vooral voor de mensen voor wie ik dit doe.” Inmiddels heeft Dora een vaste baan, een eigen woning en een leven dat stabiliteit kent. Wat ze tegen haar jongere zelf zou zeggen? Ze lacht. “Girl, you are doing an amazing job. Wees tevreden met jezelf. Ik heb zo lang geprobeerd te bewijzen dat transvrouwen en queer mensen er mogen zijn. Nu weet ik dat ik genoeg ben.”
Dora ziet haar werk niet als een middel om de wereld in één keer te veranderen. “Begin klein,” zegt ze. “Kleine stappen maken echte impact.” Misschien is dat precies wat Dora’s verhaal laat zien: hoe iemand die moest vluchten om te overleven, uiteindelijk een plek creëerde waar anderen zich thuis mogen voelen.
Over de auteur(s)
Rutger
Rutger (hij/hem, 29) is een freelance redacteur met interesse in human interest, politiek en identiteit. Hij heeft gewerkt voor o.a. KRO-NCRV, WINQ Magazine, Linda Meiden en wil in zijn werk op zoek naar het menselijke achter bredere maatschappelijke thematieken.




